Software ontwikkeling en autonomie

Wat doet software met werknemers? Is software net als een stoel of een machine, kan het slecht zijn voor de gezondheid? Worden werknemers ongelukkig van gebruik van bepaalde software?

 

Een mogelijke manier om dit te onderzoeken is te kijken naar vrijheid. Werknemers die vrijer zijn in het indelen van hun werkproces zijn over het algemeen gelukkiger met hun werk. De vraag die in mijn onderzoek gesteld is, is wat er bij de ontwikkeling van software gebeurd waardoor werknemers juist meer of minder vrijheid krijgen bij het gebruik van software.

 

Om dit te onderzoeken zijn een aantal diepgaande interviews afgenomen bij IT leveranciers en bedrijven die web-applicaties leveren. Tijdens deze interviews is gekeken naar twee zaken.

 

Onderzoeksvragen

 

- Wat gebeurd er tijdens ontwikkeling waardoor werknemers meer of minder vrijheid krijgen?

 

- Wat gebeurd er tijdens ontwikkeling waardoor software beter of slechter past bij de klant-organisatie?

 

Uit dit onderzoek blijkt dat het maken van software op dit moment de vrijheid van werknemers verkleint. Het is namelijk minder duur om software te maken die de gebruiker allemaal regeltjes oplegt dan software die de gebruiker veel vrijheid geeft. Hier komt bij dat het doel van software vaak het vastleggen van processen is. De klant wil vaak bepaalde processen binnen het bedrijf aan banden leggen en ziet software hiervoor als een middel.

 

Ethisch lijkt het de softwareontwikkelaar weinig uit te maken of de gebruiker van de software veel of weinig vrijheid heeft. Wat de vrijheid van de gebruiker ten goede komt is het feit dat het inbouwen van een hiërarchie in de software vaak duurder is. Dit zorgt ervoor dat er niet altijd een scheiding is tussen wat de manager kan en wat de gewone gebruiker kan, deze optie is namelijk duurder. De meeste hoop blijkt te liggen in het feit dat het software ontwikkelingsproces zo is ingericht dat er weinig wordt gekeken naar de eindgebruiker. Dit betekent dat deze weliswaar weinig invloed heeft op de vorm van de software, maar dat er meer kans is dat de software als het ware afgestoten wordt door de organisatie waar deze gebruikt gaat worden.

 

De theorie is dat alleen software die goed past binnen de structuur en cultuur van een organisatie goed ontvangen en gebruikt zal worden. Software die niet goed past wordt alleen als incidenteel hulpmiddel of helemaal niet gebruikt.

 

De conclusie is dat er nog veel ruimte voor softwareontwikkelaars is om de software die zij maken beter te laten passen bij de organisatie waarvoor zij de software maken, maar ook dat zij nog veel kunnen doen voor de werknemer zelf. Dit is niet alleen gunstig voor de werknemer maar ook voor het bedrijf, de software wordt gebruikt zoals bedoeld en de werknemers zijn tevredener.

 

 

 

Willem Bongers

 

Voor meer informatie over dit onderzoek; neem contact >> met ons op.

Reacties

Reageer